Groots en meeslepend

10-03-2014 01:06

Op 16 oktober 2010 trok ik de deur van mijn woning dicht in de wetenschap dat het vanaf dat moment niet meer van mij was. Kort daarvoor was ik al mijn bedrijf en mijn gezin kwijtgeraakt. Zakelijk was er iets gigantisch fout gegaan, waardoor ik niet meer aan mijn verpichtingen kon voldoen. Er restte mij niets anders dan de kille Rotterdamse keien. Met wat kleren, papieren, toiletspullen, een pakketje boterhammen, twee flessen water, één Euro zeventig en een gele knoop die zojuist van mijn vest was afgevallen, struinde ik met mijn ziel onder mijn arm richting het station. De enige plek die ik kende waar je anoniem tijd kunt doorbrengen zonder op te vallen. In die tijd kon je nog wél spreken van kou. Snijdende kou zelfs.

Het station bestond uit half afgebroken muren, noodtrappen en een ontbrekend dak. Lam geslagen, teleurgesteld en vol schaamte nam ik plaats op spoor 1, waar reizigers zich om de zoveel uur verzamelde voor de trein richting Parijs. Zo probeerde ik de schijn te wekken dat ook ik op reis ging in de hoopniet te worden weggestuurd. En in zekere zin was dat ook zo. Vier dagen en nachten verroerde ik me er nauwelijks.

In de daarop volgende jaren onderging het Centraal Station van Rotterdam een metamorfose die je kunt vergelijken met de transformatie van een rauwe havenarbeider tot een mondiaal topmodel. Als reiziger heb ik in die vier jaar vooral de ongemakken ervan ervaren, en zag maar weinig progressie. Er werd continu gewerkt. Je diende door smalle dichtgetimmerd gangetjes van de een naar de andere kant te gaan, en niet zelden was ik er het spoor volledig bijster. Maar net als alle grootste gebouwen in deze stad, stond ze daar ineens.

Een majestueus object waar ik op slag verliefd op werd. Een stijlvolle Grande Dame met een vlekkeloos voorportaal. Perfect gepositioneerd in een metropolistisch decor. Smaakvol geaccentueerd door de blauwe ledlampjes op het Nationale Nederlandengebouw. Alles werd stil. Zelden voelde ik me zo opgenomen door een stad. Mijn stad. Ik sloot mijn ogen en fantaseerde dat ineens op dat grote plein voor dat machtige gebouw, Underworld verscheen en Born Slippy uit een Pop-up Dj set schalde, waardoor de stationsklok stopte en de argeloze reiziger zijn tas liet vallen om dansend deze nieuwe Rotterdamse aanwinst te omarmen.

Niet veel later vervolg ik mijn weg richting Spoor 1. Want vanaf dat spoor vertrekt tegenwoordig iedere week de trein naar mijn dochter. Hoe ironisch. 

Fijne dag.

http://www.youtube.com/watch?v=fvc-zfK8G38